1b.  Bij uitademen buigt u nu vanuit  het middel voorover waarbij u uw  armen van het lichaam weggeduwd.  Bij inademen laat u de strekking  langzaam gaan, maar hernieuw haar  bij het volgende uitademen en houdt  haar nu vast, terwijl u diep en natuurlijk  ademhaalt. Ontspan nu en ga weer  terug naar de uitgangshouding terwijl u  inademt. Herhaal deze oefening, maar  buig u nu vanuit het middel achterover,  waarbij u opnieuw uw armen wegduwd.  U herhaalt deze beide oefeningen,  opnieuw met verstrengelde vingers,  maar met de duim die eerst boven lag  nu onder, waarbij de andere vingers  volgen (omgekeerd). terug terug
1
1
1
1
2
2
2
2
3
3
3
3
4
4
4
4
5
5
5
5
6
6
6
6
7
7
7
7